mr. R.P. Küffen - Advocaat | Rechtsanwalt

Huurrecht

Sidebar
Menu
Huurrecht
Kenmerk: het Nederlandse huurrecht is een gebruiksrecht en is hoofdzakelijk geregeld in Titel 4 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. De overeenkomst van huur en verhuur is een obligatoire overeenkomst, waarvan de rechten en plichten alleen tussen partijen gelden. Naast de algemene regeling over huur en verhuur (artt. 7:201-231 BW), bevat het Burgerlijk Wetboek een regeling inzake de huurovereenkomst van woonruimte (artt. 7:232-282 BW), van middenstands- ofwel MKB-bedrijfsruimte (artt. 7:290-310 BW), en van overige bedrijfsruimte (art. 7:230a BW).
Een ander, op huur en verhuur lijkend, gebruiksrecht is het pachtrecht. Dit recht blijft evenwel hier onbesproken. Evenals het huurrecht woonruimte. In het hiernavolgende zal nader worden ingegaan op het huurrecht bedrijfsruimte, en dan met name op de middenstandsbedrijfsruimte.
Huurrecht bedrijfsruimte
  • Middenstandsbedrijfsruimte, ook wel MKB-bedrijfsruimte genoemd;
  • Overige bedrijfsruimte.
Middenstandsbedrijfsruimte (artt. 7:290-310 BW)
Art. 7:290 lid 2 BW geeft een definitie van deze soort van bedrijfsruimte:
  1. een gebouwde onroerende zaak of gedeelte daarvan, die krachtens overeenkomst van huur en verhuur is bestemd voor de uitoefening van een kleinhandelsbedrijf, van een restaurant- of cafébedrijf, van een afhaal- of besteldienst of van een ambachtsbedrijf, een en ander indien in de verhuurde ruimte een voor het publiek toegankelijk lokaal voor rechtstreekse levering van roerende zaken of voor dienstverlening aanwezig is;
  2. een gebouwde onroerende zaak of gedeelte daarvan die krachtens zulk een overeenkomst bestemd is voor de uitoefening van een hotelbedrijf;
  3. een onroerende zaak die krachtens zulk een overeenkomst is bestemd voor de uitoefening van een kampeerbedrijf
Tot deze bedrijfsruimte worden ook gerekend de onroerende aanhorigheden, de bij het een en ander horende grond en de, mede gelet op de bestemming van de bedrijfsruimte, afhankelijke woning (art. 7:290 lid 3 BW). Hoewel voor de meeste 'lokalen' wel kan worden bepaald of sprake is van een MKB-bedrijfsruimte of niet, is dit niet voor alle objecten altijd even duidelijk. Er is dan ook een grote hoeveelheid jurisprudentie op dit gebied.
Hoofdregel bij de middenstandsbedrijfsruimte is, dat deze huurovereenkomst in beginsel wordt aangegaan voor bepaalde en wel voor minimaal 5 jaar (of langer). Aangezien de wetgever er vanuit gaat dat de huurder bijna altijd investeringen heeft moeten doen, en dat hem de kans moet worden geboden om deze investeringen terug te verdienen, wordt de eerste 5 jaar-termijn van rechtswege verlengd met nogmaals 5 (optie)jaren voor de huurder. Vandaar de regel dat MKB-bedrijfsruimte in beginsel wordt aangegaan voor 5 + 5 jaren.

In beginsel, want het is ook mogelijk om korter dan 5 jaar te huren, echter alleen met goedkeuring van de (Kanton)rechter. Dit geldt trouwens voor alle afwijkingen van de semi-dwingendlrechtelijke regeling inzake huur en verhuur van bedrijfsruimte. Deze goedkeuring kan door zowel de huurder alsook de verhuurder aan de rechter worden verzocht. De goedkeuring wordt verleend, mits hierdoor de rechten van de huurder niet wezenlijk worden aangetast of de huurder maatschappelijk gezien in een dusdanige positie verkeert dat hij de bescherming van de rechter c.q. de wettelijke regeling niet behoeft (art. 7:291 lid 3 BW).
Overige bedrijfsruimte (art. 7:230a BW)
Het betreft hier een grote restgroep van gebouwd onroerend goed, die niet bestreken wordt door de regelingen van huur en verhuur van woonruimte of van MKB-bedrijfsruimte. Te denken valt bijvoorbeeld aan kantoorruimten, garages en loodsen, maar ook praktijken van vrije beroepsbeoefenaren zoals tandartsen, fysiotherapeuten en advocaten. Hoewel het hier een zeer grote groep betreft kent de wet geen uitputtende regeling; in feite alleen maar de ontruiming(sprocedure). In tegenstelling tot de huurder van woonruimte en MKB-bedrijfsruimte, geniet de huurder van 230a-(bedrijfs)ruimte géén huurbescherming, maar slechts een ontruimingsbescherming. Huurder en verhuurder doen er dan ook goed aan om hun onderlinge afspraken uitputtend contractueel vast te leggen. Overigens is in de wet bepaald dat sommige regelingen voor de MKB-bedrijfsruimte ook gelden voor de 230a-bedrijfsruimte.
Meer informatie nodig? Stuur een bericht.
Rechtsgebieden
Menu