mr. R.P. Küffen - Advocaat | Rechtsanwalt

Nederlands-Duitse Rechtspraktijk

Sidebar
Menu
Verjährung im Zivilrecht
Alle wettelijke en contractuele vorderingsrechten verjaren op een bepaald ogenblik. Naar Duits recht moet de schuldenaar zich uitdrukkelijk op de verjaring beroepen. De Duitse rechter mag niet ambtshalve de verjaring onderzoeken en toepassen.
Stacks Image 261
(Foto: iStockphoto LP)

Het Duitse recht kent - ook na de Schuldrechtreform van 2002 - nog steeds een veelheid aan verjaringstermijnen. Een en ander dient dat ook per geval onderzocht en beoordeeld te worden. In § 195 BGB is bepaald, dat de normale verjaringstermijn 3 jaar bedraagt. Er zijn echter diverse kortere en langere verjaringstermijnen.

Ook de aanvang van de verjaring is niet gelijk geregeld. Bij de normale verjaringstermijn van 3 jaar begint de verjaringstermijn te lopen per 1 januari van het jaar volgende op het jaar waarin het vorderingsrecht ontstaan is én de schuldeiser met het bestaan van de vordering en de persoon van de schuldenaar bekend is geworden, of bekend had kunnen c.q. had moeten worden (§ 199 Abs. 1 Nr. 2 BGB).

In de leden 2 en 3 van § 199 BGB is bepaald wanneer de verjaring aanvangt zonder dat bij de schuldeiser de bekendheid met het feit en/of de persoon van de schuldenaar is ontstaan.

De verjaringstermijnen die afwijken van de normale verjaringstermijn van 3 jaar vangen aan met het ontstaan van het vorderingsrecht - en dus niet per 1 januari van het daarop volgende jaar! - althans indien en voor zover in de Wet geen afwijkende regeling is bepaald. Zo vangt de verjaringstermijn bij de koop van roerende zaken aan met de aflevering (de overgave) van de zaak. Bij Werkverträge met de Abnahme. Bij Werkverträge wordt dan ook gelijk geroepen dat nooit een Abnahme heeft plaatsgevonden en dat de vordering dus ook niet heeft kunnen verjaren.

Bij overeenkomst kan van de wettelijke verjaringstermijnen worden afgeweken. En weer speelt dit het vaakst bij de overeenkomst van koop en verkoop, en bij de Werkverträge. Meestal wordt getracht de verkorting van de verjaringstermijnen te bereiken via algemene voorwaarden. Dit leidt echter onder omstandigheden tot nietige bedingen, bijvoorbeeld als de verjaringstermijn bij de koop van roerende zaken via de algemene voorwaarden verkort wordt tot minder dan 1 jaar. Hiervan kan enkel bij afzonderlijk bedongen verkorting worden afgeweken. Bij nieuwe verbruiksgoederen kan overigens de minimumtermijn van 2 jaar zelfs niet bij individuele overeenkomst verkort worden. Bij dergelijke gebruikte goederen niet onder de 1 jaar.
Verlenging en stuiting der verjaring: Hemmung und Neubeginn der Verjährung

Bij de verlenging (Hemmung der Verjährung) is sprake van omstandigheden waardoor een bepaalde tijdsperiode niet voor de verjaringstermijn meetelt (‘de klok wordt (tijdelijk) stilgezet’). Na het wegvallen de onderliggende reden loopt de eerder aangevangen verjaring gewoon door.

Bij de stuiting (Neubeginn der Verjährung) vervalt de reeds verstreken tijdsperiode geheel en vangt een nieuwe verjaringsperiode aan (‘de klok wordt stilgezet en opnieuw op 0 gezet’).

De schuldeiser moet een en ander bewijzen.

Klageerhebung en Zustellung des Mahnbescheids leiden bijvoorbeeld tot Hemmung der Verjährung, en dus niet tot een Neubegin.

Er bestaan slechts 2 wettelijke gronden voor de Neubeginn en dat zijn volgens § 212 BGB:
  • Anerkenntnis (bijvoorbeeld door een termijn- en rentebetaling of het stellen van zekerheid)
  • wanneer een gerechtelijke of ambtelijke executiehandeling wordt uitgevoerd of aangevraagd
Of Uw vordering inmiddels verjaard is of dat de verjaring nog gestuit kan worden kunnen wij voor U onderzoeken.

Stuur ons een bericht en wij nemen op korte termijn contact met U op.
Meer ...
Menu